Loading
Uw gegevens analyseren
Diagrameigenschappen

Diagrameigenschappen

U kunt een diagram toevoegen aan een rapport dat is gegroepeerd op rijen (samenvattingsrapport) of op rijen en kolommen (matrixrapport). De diagrameigenschappen bepalen welke gegevens in het diagram worden weergegeven, de labels en kleuren ervan en eventuele voorwaardelijke markering.

Vereiste editions

Beschikbaar in: Salesforce Classic en Lightning Experience
Beschikbaar in: Essentials, Group, Professional, Enterprise, Performance, Unlimited en Developer Edition
Beschikbaar in: Uitgebreid delen van mappen
Benodigde gebruikersmachtigingen
Rapporten maken, bewerken en verwijderen:
Uitgebreid delen van mappen
Rapporten maken en aanpassen

EN

Rapportsamensteller

In de tabellen in dit onderwerp worden de eigenschappen van rapportdiagrammen beschreven. Niet alle eigenschappen zijn beschikbaar voor alle rapporten. Als u rapporteigenschappen wilt weergeven en bewerken:

  • Klik in de Rapportsamensteller van Lightning Experience of op een rapportuitvoeringspagina op Diagram bewerken.
  • Klik in de Rapportsamensteller van Salesforce Classic op Diagram toevoegen of Diagram bewerken en bewerk de velden op de tabbladen Diagramgegevens en Opmaak.

Instellingen van diagramgegevens

Bepaal de gegevens die in uw diagram worden weergegeven met deze opties.

Veld Beschrijving
Diagramtype Selecteer het diagramtype waarmee u de gegevens in uw rapport wilt voorstellen. Het diagramtype dat u kiest, bepaalt welke diagrameigenschappen er beschikbaar zijn om te worden ingesteld.
X-as en Y-as

Kies de waarden die op de assen van uw diagram moeten worden weergegeven. Afhankelijk van het diagramtype kunnen aswaarden recordtellingen, overzichtsvelden of in het rapport gedefinieerde groeperingen zijn.

Als de Y-as correspondeert met de formule voor een aangepast overzicht waarvoor de optie Waar wordt deze formule weergegeven? is ingesteld op een ander groeperingsniveau dan Alle overzichtsniveaus, moet de X-as en de selectie Groeperingen overeenkomen met dat groeperingsniveau van de formule voor een aangepast overzicht.

Combinatiediagram Selecteer deze optie om aanvullende waarden uit te zetten in dit diagram. Het diagramtype dat u kiest, moet combinatiediagrammen toestaan.
Groeperingen Bepaal hoe u informatie in uw diagram wilt groeperen. U kunt alleen kiezen uit groeperingen die in het rapport zijn gedefinieerd. Klik voor staaf- en kolomdiagrammen op een pictogram om de groeperingsweergave te selecteren: naast elkaar, gestapeld of gestapeld tot 100 %. Voor afzonderlijke of gegroepeerde lijndiagrammen kunt u Cumulatief selecteren.
Waarden Kies welke waarden voor uw cirkel-, ring- of trechterdiagram moeten worden weergegeven.
Wiggen Kies welke wiggen voor uw cirkel-, of ringdiagram moeten worden weergegeven.
Segmenten Kies welke segmenten voor uw trechterdiagram moeten worden weergegeven.

Diagrampresentatie

Bepaal het uiterlijk en de werking van uw diagram met behulp van de volgende opties.

Veld Beschrijving
Diagramtitel Geef een naam voor het diagram op.
Titelkleur Selecteer de kleur voor de tekst van uw diagramtitel.
Titelgrootte Selecteer de lettergrootte voor de tekst van uw diagramtitel. De maximale grootte is 18. Grotere waarden worden weergeven op 18 punten.
Tekstkleur Selecteer een kleur voor alle tekst en labels in uw diagram.
Tekstgrootte Selecteer een lettergrootte voor alle tekst en labels in uw diagram. De maximale grootte is 18. Grotere waarden worden weergeven op 18 punten.
Achtergrondvervaging Kies een richting voor een verloopkleurachtergrond. Selecteer voor het kleurverloop ook een Beginkleur en Eindkleur. Gebruik wit voor beide als u geen achtergrondontwerp wilt.
Legendapositie Kies een plaats om de legenda in verhouding tot uw diagram weer te geven.
Kleine groepen combineren tot "Overige" Combineer alle groepen die kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 3% van het totaal, tot één wig of segment "Overige". Hef de selectie hiervan op om alle waarden afzonderlijk in het diagram te tonen. Deze instelling geldt alleen voor cirkel-, ring- en trechterdiagrammen. Deze optie is standaard ingeschakeld bij cirkel- en ringdiagrammen, en uitgeschakeld bij trechterdiagrammen.
X- of Y-asbereik Kies een handmatig of automatisch asbereik voor staaf-, lijn of kolomdiagrammen. Als u handmatig kiest, geeft u getallen op die als het minimale en maximale asbereik moeten worden weergegeven. Als er gegevenspunten buiten het door u ingestelde bereik vallen, wordt de as automatisch dusdanig uitgebreid dat deze waarden worden opgenomen wanneer u het diagram genereert.
Aslabels weergeven Geef labels voor elke as van uw diagram weer. Deze instelling geldt alleen voor staaf- en lijndiagrammen.
Labels weergeven Geef labels voor uw cirkel-, ring- of trechterdiagram weer.
Groepspercentage weergeven Geef de percentagewaarde voor elke groep in het diagram weer.
X- of Y-aswaarden weergeven Geef de waarden van afzonderlijke records of groepen weer op de as van het diagram. Deze instelling geldt alleen voor bepaalde horizontale staaf- en verticale kolomdiagrammen.
Waarden weergeven Geef de waarden van afzonderlijke records of groepen weer op de as van het diagram. Deze instelling geldt alleen voor bepaalde diagramtypen.
Wigpercentage weergeven Geef de percentagewaarde voor elke wig van cirkel- en ringdiagrammen weer.
Totaal weergeven Geef de totale waarde voor het ringdiagram weer.
Segmentpercentage weergeven Geef de percentage waarde voor elke segment van trechterdiagrammen weer.
Details weergeven bij bewegen van muisaanwijzer Geef waarden, labels en percentages weer wanneer u de muisaanwijzer over diagrammen beweegt. De knopinfo is afhankelijk van het diagramtype. Percentages zijn alleen van toepassing op cirkel-, ring- en trechterdiagrammen. De muisaanwijzer bewegen is uitgeschakeld bij het weergeven van diagrammen die meer dan 200 gegevenspunten hebben.
Diagramgrootte Selecteer een grootte van het diagram, van Erg klein tot Extra groot.
Diagrampositie Plaats het diagram boven of onder uw rapport.
Rapportdiagrammen sorteren Wanneer u sorteert op een veld, wordt het rapportdiagram bijgewerkt naar de nieuwe volgorde, zodat het consistent is met de gegevenstabel. Als u regio's bijvoorbeeld sorteert op aflopende volgorde van verkopen, worden de regio's dienovereenkomstig opnieuw gerangschikt in het diagram.
Legendawaarden sorteren Sorteer diagramlegendes alfabetisch of numeriek. In een diagramlegende worden tekst- en fiscale datumvelden alfabetisch gesorteerd. Numerieke velden worden gesorteerd in oplopende volgorde. Keuzelijstwaarden worden gesorteerd in de volgorde die voor de keuzelijst is gedefinieerd. Als meerdere valuta's zijn ingeschakeld, worden valutavelden niet gesorteerd.
Verwijzingslijn tonen Selecteer deze optie om een verwijzingslijn toe te voegen aan uw Lightning dashboarddiagrammen. Geef de referentiewaarde op in het veld Verwijzingslijnwaarde. Als uw rapport al een verwijzingslijn bevat en de instelling Diagraminstellingen uit rapport gebruiken is geselecteerd, is het selectievakje Verwijzingslijn tonen standaard ingeschakeld en kan de verwijzingswaarde niet worden bewerkt. Hef voor het bewerken van de referentiewaarde de selectie van Diagraminstellingen uit rapport gebruiken op.
Tabelinstellingen uit rapport gebruiken Selecteer deze optie om alle vooraf gedefinieerde rapportinstellingen toe te passen op de Lightning Table-widget. Alle rapportinstellingen zoals groeperingen, aangepaste formules, opmaak, buckets en sorteren blijven behouden. Voor rapporten die zijn gemaakt met behulp van berekende insights, is deze instelling standaard ingeschakeld. U kunt geen tabelinstellingen gebruiken voor matrixrapporten, samengevoegde rapporten en rapporten met meer dan 50 kolommen.

Voorwaardelijke markering

Markeer veldwaarden in rapporten op basis van door u opgegeven bereiken en kleuren. U kunt voorwaardelijke opmaak toepassen op rapporten die zijn gegroepeerd op rijen (overzichtsrapporten) of op rijen en kolommen (matrixrapporten).

Veld Beschrijving
Overzicht Kies een overzichtsveld wiens getalbereiken door kleuren moeten worden voorgesteld.
Kleur laag bereik Selecteer een kleur waarmee gegevens worden voorgesteld, die buiten de waarde Laag breekpunt vallen.
Laag breekpunt Het aantal dat fungeert als de drempel tussen Kleur laag bereik en Kleur middenbereik. Waarden die gelijk zijn aan de waarde Laag breekpunt, worden weergegeven als Kleur middenbereik.
Kleur middenbereik Selecteer een kleur waarmee gegevens worden voorgesteld, die tussen de waarden Laag breekpunt en Hoog breekpunt vallen.
Hoog breekpunt Het aantal dat fungeert als de drempel tussen Kleur middenbereik en Kleur hoog bereik. Waarden die gelijk zijn aan de waarde Hoog breekpunt, worden weergegeven als Kleur hoog bereik.
Kleur hoog bereik Selecteer een kleur waarmee gegevens worden voorgesteld, die buiten (boven) de waarde Hoog breekpunt vallen.
 
Wordt geladen
Salesforce Help | Article