Apex-klassen definiƫren
Salesforce slaat Apex-klassen op als metagegevens.
Vereiste editions
| Beschikbaar in: Salesforce Classic (niet in alle organisaties beschikbaar) |
| Beschikbaar in: Performance, Unlimited, Developer, Enterprise en Database.com Edition |
U kunt Apex alleen toevoegen, bewerken of verwijderen met behulp van de Salesforce-gebruikersinterface in een Developer Edition-organisatie, een Salesforce Enterprise Edition-proeforganisatie of een sandboxorganisatie. In een Salesforce-productieorganisatie kunt u Apex alleen wijzigen met behulp van de deploy API voor metagegevens, de Salesforce-extensies voor Visual Studio Code of de Ant Migration Tool. De Salesforce-extensies voor Visual Studio Code en de Ant Migration Tool zijn gratis door Salesforce geleverde resources ter ondersteuning van gebruikers en partners, maar worden niet als onderdeel van onze services beschouwd zoals bedoeld in het Main Services Agreement van Salesforce.
- Geef vanuit Set-up Apex-klassen op in het vak Snel zoeken en selecteer vervolgens Apex-klassen.
- Klik op Nieuw.
-
Klik op Versie-instellingen om de versie van Apex en de bij deze klasse gebruikte API op te geven.
Als uw organisatie beheerde pakketten van de AppExchange heeft geĆÆnstalleerd, kunt u ook opgeven welke versie van elk beheerd pakket bij deze klasse moet worden gebruikt. Gebruik voor alle versies de standaardwaarden. Zo wordt de klasse met de meest recente versie van Apex en de API, alsook elk beheerd pakket gekoppeld. U kunt een oudere versie van een beheerd pakket opgeven als u toegang wenst tot componenten of functionaliteit die afwijkt van de meest recente pakketversie. U kunt een oudere versie opgeven van Apex en de API om een specifieke werking te handhaven.
-
Geef in de klasse-editor de Apex-code voor de klasse op. EƩn klasse kan maximaal 1 miljoen lettertekens lang zijn, exclusief opmerkingen, testmethoden of klassen die met
@isTestzijn gedefinieerd. - Klik op Opslaan om de wijzigingen op te slaan en terug te keren naar de pagina met klassendetails of klik op Snel opslaan om de wijzigingen op te slaan en door te gaan met het bewerken van de klasse. U kunt de Apex-klasse pas opslaan als deze zonder fouten is gecompileerd.
Na het opslaan kunnen de klassen via klassenmethoden of -variabelen worden aangeroepen door andere Apex-code, zoals een trigger.
isValid die is ingesteld op true zolang er geen afhankelijke metagegevens zijn gewijzigd sinds de klasse voor het laatst is gecompileerd. Bij wijzigingen aan objectnamen of velden die in de klasse worden gebruikt, inclusief oppervlakkige wijzigingen zoals bewerkingen aan een object of veldbeschrijving, of bij wijzigingen aan een klasse die deze klasse aanroept, wordt de isValid ingesteld op false. Wanneer de klasse wordt geactiveerd door een trigger of een webserviceaanroep, wordt de code opnieuw gecompileerd en ontvangt de gebruiker een melding als zich fouten voordoen. Als er geen fouten zijn, wordt de isValid opnieuw ingesteld op true. 
