Loading
Salesforce verbeteren met code
E-mailservices definiƫren

E-mailservices definiƫren

Stel een e-mailservice in voor de afhandeling van inkomende e-mail en configureer de service voor de verwerking van berichten op basis van de behoeften van uw gebruikers.

Vereiste editions

Beschikbaar in: Salesforce Classic (niet in alle organisaties beschikbaar) en Lightning Experience

Beschikbaar in: Enterprise, Performance, Unlimited en Developer Edition

Gebruik van e-mailservices in geĆÆnstalleerde AppExchange-pakketten is ook beschikbaar in: Essentials,Group en Professional Edition

Benodigde gebruikersmachtigingen
Apex-e-mailservices en -e-mailserviceadressen configureren: Toepassing aanpassen
Apex-klassen maken: Apex-auteur
  1. Geef vanuit Set-up E-mailservices op in het vak Snel zoeken en selecteer vervolgens E-mailservices.
  2. Klik op Nieuwe e-mailservice of klik op Bewerken om een bestaande e-mailservice te wijzigen.
  3. Geef de naam van de e-mailservice op.
  4. Kies de Apex-klasse die deze e-mailservice moet gebruiken voor het verwerken van berichten.
    De Apex klasse die u kiest moet de Messaging.InboundEmailHandler interface implementeren. Bijvoorbeeld:
    global class myHandler implements Messaging.InboundEmailHandler {
                global Messaging.InboundEmailResult handleInboundEmail(Messaging.InboundEmail email, Messaging.InboundEnvelope envelope) {
                    Messaging.InboundEmailResult result = new Messaging.InboundEmailresult();
                    return result;
                }
            }
    Meer informatie over het object InboundEmail vindt u in Het object InboundEmail gebruiken.
  5. Kies de typen bijlagen die de e-mailservice moet accepteren. Dit zijn de opties:
    Geen De e-mailservice accepteert het bericht, maar negeert elke bijlage.
    Alleen tekstbijlagen

    De e-mailservice accepteert alleen de volgende typen bijlagen:

    • Bijlagen met het type text Multipurpose Internet Mail Extension (MIME).
    • Bijlagen met het MIME-type application/octet-stream en een bestandsnaam die eindigt met de extensie .vcf of .vcs. Deze bijlagen worden opgeslagen als respectievelijk text/x-vcard en text/calendar MIME-typen.

    Berichten met andere bijlagen dan deze typen worden geaccepteerd, maar de bijlagen worden genegeerd.

    Alleen binaire bijlagen

    De e-mailservice accepteert alleen binaire bijlagen, zoals afbeeldings-, audio-, toepassings- en videobestanden. Binaire bijlagen hebben een limiet van 5 MB per bijlage.

    Berichten met bijlagen die niet binair zijn, worden geaccepteerd, maar de bijlagen worden genegeerd.

    Alle De e-mailservice accepteert alle typen bijlagen.

    Een e-mailservice kan alleen bijlagen verwerken als u de e-mailservice configureert voor het accepteren van bijlagen en het gebruik van een Apex-klasse die de typen bijlagen verwerkt, die de e-mailservice accepteert.

    E-mailservices kunnen inline bijlagen zoals in e-mailberichten ingevoegde afbeeldingen, niet accepteren.

  6. Optioneel schakelt u het selectievakje Geavanceerde e-mailbeveiligingsinstellingen in om de e-mailservice dusdanig te configureren dat eerst de geldigheid van de verzendende server wordt gecontroleerd voordat een bericht wordt verwerkt. De e-mailservice gebruikt de volgende authenticatieprotocollen om de legitimiteit van de afzender te verifiƫren:Als de machtiging Geavanceerde beveiliging is uitgeschakeld in uw organisatie, zijn Geavanceerde e-mailinstellingen niet beschikbaar.
    • DKIM
    • DMARC
    • SPF

    Als de verzendende server door ten minste ƩƩn van deze protocollen heen komt en door geen enkel protocol wordt afgewezen, accepteert de e-mailservice de e-mail. Als de server wordt afgewezen door een protocol of een van de protocollen niet ondersteunt, voert de e-mailservice de actie uit die is opgegeven bij de instelling als reactie op fouten voor Actie ongeoorloofde afzender. Er zijn twee uitzonderingen van toepassing.

    • Als DMARC slaagt en SPF mislukt, accepteert de e-mailservice de e-mail.
    • Als DKIM mislukt en elk ander protocol slaagt, accepteert de e-mailservice de e-mail.

    Als de machtiging Geavanceerde beveiliging is uitgeschakeld in uw organisatie, zijn Geavanceerde e-mailinstellingen niet beschikbaar. Controleer voordat u het selectievakje Afzenders controleren inschakelt of de afzenders die naar verwachting de e-mailservice gaan gebruiken, ten minste ƩƩn van de hierboven vermelde authenticatieprotocollen ondersteunen. Zie de volgende websites voor informatie over deze authenticatieprotocollen:

  7. E-mailservices wijst e-mailberichten af en stuurt een kennisgeving aan de afzender als het e-mailbericht groter is dan ongeveer 25 MB (de combinatie van hoofdtekst, hoofdtekst-HTML en bijlagen). Deze grootte is afhankelijk van de taal en de tekenset.
  8. U kunt tekstbijlagen converteren naar binaire bijlagen.
  9. Optioneel kunt u deze e-mailservice ook dusdanig configureren dat alleen berichten van bepaalde afzenders worden geaccepteerd, door hun e-mailadressen en -domeinen te vermelden in het tekstvak E-mail accepteren van. Scheid meerdere gegevens door komma's. Bijvoorbeeld: george@mycompany.com, yahoo.com, gmail.com. Als het tekstvak E-mail accepteren van een waarde bevat en de e-mailservice een bericht van een niet-vermeld e-mailadres of domein ontvangt, voert de e-mailservice de actie uit die is opgegeven bij de instelling als reactie op fouten voor Actie ongeoorloofde afzender.

    Laat dit veld leeg als u wenst dat de e-mailservice e-mail vanaf elk e-mailadres kan ontvangen.

    Opmerking
    Opmerking U kunt e-mailadressen en -domeinen ook autoriseren op e-mailserviceadresniveau. Zie E-mailserviceadressen definiƫren.

    Als zowel de e-mailservice als het e-mailserviceadres zo zijn geconfigureerd dat alleen berichten van bepaalde afzenders worden geaccepteerd, verwerkt de e-mailservice alleen berichten van afzenders die staan vermeld in het tekstvak E-mail accepteren van bij zowel de e-mailservice als het e-mailserviceadres.

  10. Schakel het selectievakje Actief in als u wilt dat de e-mailservice wordt geactiveerd wanneer u op Opslaan klikt.
  11. Configureer de instellingen als reactie op storingen, die bepalen hoe de e-mailservice reageert als een poging tot toegang tot deze e-mailservice om een van de volgende redenen mislukt:
    Via actie ter beperking van e-mailverkeer Bepaalt wat de e-mailservice doet met berichten als het totale aantal berichten dat wordt verwerkt door alle e-mailservices bij elkaar, de dagelijkse limiet voor uw organisatie heeft bereikt. Salesforce berekent de limiet door het aantal gebruikerslicenties te vermenigvuldigen met 1000, maximaal 1.000.000. Als u bijvoorbeeld 10 licenties hebt, kan uw organisatie maximaal 10.000 e-mailberichten per dag verwerken.
    Actie voor gedeactiveerd e-mailadres Bepaalt wat de e-mailservice doet met berichten die worden ontvangen van een e-mailadres dat niet actief is.
    Actie voor gedeactiveerde e-mailservice Bepaalt wat de e-mailservice doet met berichten die worden ontvangen wanneer de e-mailservice zelf niet actief is.
    Unauthenticated Sender Action Bepaalt wat de e-mailservice doet met berichten die mislukken of geen van de authenticatieprotocollen ondersteunen als het selectievakje Afzenders controleren is ingeschakeld.
    Actie ongeoorloofde afzender Bepaalt wat de e-mailservice doet met berichten die worden ontvangen van afzenders die niet voorkomen in het tekstvak E-mail accepteren van bij hetzij de e-mailservice, hetzij het e-mailserviceadres.

    De opties voor reacties op storingen zijn:

    Bericht retourneren De e-mailservice stuurt het bericht terug naar de afzender of naar de Geautomatiseerde casegebruiker voor On-demand E-mail-naar-case, met een kennisgeving waarin wordt uitgelegd waarom het bericht is geweigerd.
    Bericht negeren De e-mailservice verwijdert het bericht zonder een kennisgeving aan de afzender te sturen.
    Bericht opnieuw in de wachtrij plaatsen (uitsluitend bij Via actie ter beperking van e-mailverkeer) De e-mailservice zet het bericht in de wachtrij om in de volgende 24 uur te worden verwerkt. Als het bericht niet binnen 24 uur wordt verwerkt, retourneert de e-mailservice het bericht aan de afzender met de kennisgeving waarin wordt uitgelegd waarom het bericht werd verworpen.
  12. Als u e-mailberichten betreffende een fout wilt verzenden naar een specifiek adres in plaats van het e-mailadres van de afzender, selecteert u Routering bij fouten inschakelen en geeft u het bestemmings-e-mailadres op in E-mailberichten bij fouten routeren naar dit e-mailadres. Hierdoor wordt voorkomen dat de afzender bericht ontvangt wanneer e-mailservices een inkomend e-mailbericht niet kunnen verwerken.
    Opmerking
    Opmerking De voorziening Foutroutering inschakelen is alleen van toepassing op de volgende vijf foutscenario's en alleen wanneer "Bericht retourneren" is geselecteerd als de reactieactie:
    • Via actie ter beperking van e-mailverkeer
    • Actie voor gedeactiveerd e-mailadres
    • Actie voor gedeactiveerde e-mailservice
    • Unauthenticated Sender Action
    • Actie ongeoorloofde afzender
    Als "Bericht negeren" of "Wachtrijbericht" is geselecteerd voor een van deze foutreacties, treedt er geen foutroutering op.
  13. Klik op Opslaan om uw wijzigingen op te slaan of op Opslaan en nieuw adres om e-mailadressen voor deze e-mailservice te maken, zoals wordt uitgelegd in E-mailserviceadressen definiƫren.
 
Wordt geladen
Salesforce Help | Article