Resource voor recordkeuzenset
Genereer een set keuzes met behulp van een gefilterde lijst van records.
Vereiste editions
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| API-naam | De vereiste voor uniciteit geldt alleen voor elementen binnen de huidige stroom. Twee elementen kunnen dezelfde API-naam hebben, zolang deze maar in verschillende stromen worden gebruikt. Een API-naam kan onderstrepingstekens en alfanumerieke lettertekens zonder spaties bevatten. Deze moet met een letter beginnen en mag niet op een onderstrepingsteken eindigen. Ook kan deze niet twee opeenvolgende onderstrepingstekens bevatten. |
| Beschrijving | Helpt u onderscheid te maken tussen deze resource en andere resources. |
| Object | Het object wiens u records wilt gebruiken om de keuzes te genereren. U kunt het object voor een eerder opgeslagen recordkeuzenset niet wijzigen. |
Objectrecords filteren
Bepaalt welke records worden opgenomen in de keuzenset. Bijvoorbeeld, gebruik filters om alleen accounts met Factuurplaats San Francisco op te nemen om een lijst te genereren van alle accounts in San Francisco.
Objectrecords sorteren
Bepaalt de manier waarop de gefilterde lijst van records wordt gesorteerd, en hoeveel records er moeten worden opgenomen in de keuzenset.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Sorteervolgorde | Bepaalt de volgorde waarin de keuzes verschijnen. |
| Sorteren op | Wanneer de sorteervolgorde oplopend of aflopend is, selecteert u het veld waarop de keuzes moeten worden gesorteerd. |
| Maximale aantal keuzes | Het maximale aantal keuzes dat moet worden weergegeven voor de schermcomponent die deze recordkeuzenset gebruikt. Standaard is het maximum 200. |
Elke keuze configureren
Voor elke record die aan de filtervoorwaarden voldoet, maakt de stroom een keuze met behulp van waarden uit de record. Identificeer welke velden voor label en waarde van elke keuze moeten worden gebruikt.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Keuzelabel | Bepaalt welk veld moet worden gebruikt als label voor elke gegenereerde keuze. Selecteer een veld waarmee gebruikers onderscheid kunnen maken tussen de gegenereerde keuzes. Zorg ervoor dat u een veld kiest, dat gegevens bevat. Als het geselecteerde veld geen waarde heeft voor een bepaalde record, is het label van de corresponderende keuze blanco tijdens run-time. Deze tekst wordt gebruikt om de keuze aan te geven in schermcomponenten voor weergavetekst en resources voor tekstformules. |
| Gegevenstype | Gegevenstype van de waarde van de keuze. U kunt het gegevenstype van een eerder opgeslagen recordkeuzenset niet wijzigen. |
| Keuzewaarde | Bepaalt welke waarde van het veld moet worden opgeslagen, wanneer de gebruiker zijn keuze maakt tijdens run-time. De waarde wordt bepaald door de recentste gebruikersselectie van een keuze binnen de gegenereerde set. Gegevenstype bepaalt de beschikbare opties. Als u geen veld selecteert als keuzewaarde, wordt in plaats daarvan het keuzelabel gebruikt. Deze tekst wordt gebruikt om de keuze aan te geven in alle schermcomponenten behalve schermcomponenten voor weergavetekst en alle typen formuleresources behalve tekstformuleresources. |
Keuzewaarde t.o.v. keuzelabel gebruikt tijdens run-time
| Waar | Welke wordt gebruikt |
|---|---|
| In alle schermcomponenten behalve componenten Weergavetekst. | Waarde |
| In alle resources behalve tekstformules. | Waarde |
| Weergavetekstcomponenten | Label |
| Resources voor tekstformules | Label |
Meer veldwaarden voor Object opslaan
Wanneer een keuze is geselecteerd, slaat u veldwaarden van de gekoppelde record op in stroomvariabelen waarnaar u later kunt verwijzen.
In een ondersteuningsstroom voor een fabrikant van computerhardware geven gebruikers een product aan om zijn laatste updates te zoeken U maakt dan een recordkeuzenset die alle producten weergeeft, wier product-ID met een bepaalde reeks lettertekens begint. Maar de stroomgebruikers weten waarschijnlijk eerder de naam van het product dan de ID ervan. Daarom selecteert u bij Keuzelabel het veld dat de productnaam bevat, en selecteert u bij Keuzewaarde het veld ID. Ergens anders in de stroom wilt u wellicht de gekoppelde beschrijving weergeven. Hiervoor slaat u de veldwaarde van Beschrijving uit de door de gebruiker geselecteerde record op in een variabele.
